Evmico » 讨论

Cinema

 


  • Samuel Beckett! Eugène Ionesco! Harold Pinter!

    Bent u al een beetje bang? Bovenstaande drie namen staan bijna synoniem voor het begrip "existentialisme". Ik zal het nog een keer luid roepen:

    EXISTENTIALISME!

    Het woord brengt bij mij hetzelfde effect teweeg als wanneer een vijfjarige hoort dat er zich een boze wolf verschanst in een hoekje van de slaapkamer.

    Net iets te vaak heb ik tergend treiterige complexe films gezien (ja, ik kijk in uw richting, meneer Greenaway) waar op het eind alles wordt uitgelegd via het abracadabera containerbegrip "existentialisme".

    Bij het opzoeken van informatie rondom "Woman in the dunes" op het internet stootte ik op vergelijkingen met Beckett en Ionesco. Wanneer u weet dat een groep als Starsailor door sommige mensen wordt vergeleken met The Beatles. Vergelijkingen zijn soms ... vreemd.

    Dus liet ik deze prent maar een paar jaartjes links liggen. Wat blijkt na vandaag? Ik sloeg - zoals wel vaker - de plank volledig mis.

    Een man trekt door een woestijnachtig landschap - hij is op zoek naar de plaatselijke insecten. Hij mist de bus, wordt door een inwoner van het dorp logies aangeboden bij een vrouw die letterlijk in de put zit. Een zandput - meer specifiek. 's Nachts schept ze zand weg, wat afgenomen wordt tegen een geringe prijs. Het is haar kostwinning en tegelijkertijd moet ze het zand wegscheppen - anders verdwijnt haar huis. En haar geschiedenis, want haar man en kind werden opgeslokt door een zandstorm.

    "Dit is krankzinnig!", concludeert de man.

    "Wat is jouw doel dan?"

    "Ik ga terechtkomen in het insectenboek. Wanneer ik eindelijk dat ene onbekende insect vind - zal mijn naam verschijnen in een dik boek"

    Het is maar hoe je het bekijkt: zand wegscheppen of als een bezetene op zoek zijn naar een insect om je naam toch maar in de eeuwigheid te zien opgenomen worden. Wat is krankzinnig?

    Enfin - de man is de dag erna toch weg, redeneert hij. Maar bij het ontwaken merkt hij dat de trapladder weg is - hij is veroordeelt tot die zandscheppende vrouw. Hij poogt talloze keren vruchteloos te ontsnappen, wordt gefrustreerd - klaagt dat horen en zien vergaat. Ondertussen probeert de vrouw hem op te vangen, blijft ze zand scheppen en vraagt dingen als:

    "Zijn de vrouwen in Tokio echt mooi?" of

    "Hebben jullie een radio?"

    Wanneer de man opwerpt dat ze een "domme gans" is, ondergaat ze dat. Ze kan eigenlijk niet geraakt worden. Haar geloof zit dieper - het moet iets te maken hebben met haar waardigheid. Die drijft naar boven wanneer ze zegt:

    "Ik kan niet stoppen met zand te scheppen. Wanneer ik stop - verdwijnt mijn huis. En na mijn huis gaat het huis van onze buren verloren. En tenslotte verdwijnt het dorp."

    In verband met deze film heb ik woord "erotiek" nogal wat gelezen. Dat snap ik niet zo goed. Ja - er zijn die sensuele beelden van lichaamsdelen. Maar naar mijn idee heeft erotiek toch eerder iets te maken met een geliefde die via één of ander detail een suggestie geeft. De vrouw lijkt me hier de enige met affectieve gevoelens - de man hier lijkt me louter te reageren op prikkels. Maar hey - da's maar mijn indruk hoor :)

    Misschien is het wel één van de positiefste films die ik recent zag: naar het einde van de film toe slaagt de man erin water te winnen via het principe van capillaire werking (het systeem waarbij water stijgt via een dun buisje - waar boven- en onderdruk hun werk doen via de fysische wetten). Eindelijk heeft hij iets verwezenlijkt. Zijn droom om zijn naam te zien verschijnen in een boek wordt niet gerealiseerd. Wél komt hij tot iets dat ten goede komt aan de gemeenschap.

    Het klinkt een beetje melig - maar in de film komt het beter naar voren, vertrouw me maar.

    Wanneer de vrouw uiteindelijk zwanger wordt - krijgt de man de kans om te vluchten - maar doet dat niet. De conclusie is geheel de uwe :)



  • Een vrouw die haar echtgenoot neerschiet met een tweeloop omwille van overspel. Het is het laatste beeld van deze "La Peau Douce" (in het Engels klinkt al wat banaler: "The Soft Skin" - 't zou zomaar een reclame kunnen zijn voor Dove).

    Nu kende ik de regisseur Truffaut vooral van speelse films à la "Tirez sur le pianiste". Dit is echter een oefening om het "mechanisme" (ik schrijf het nogal onbehouwen neer, sorry daarvoor) achter het burgerlijke huwelijk bloot te leggen.

    Pierre heeft àlles: een vrouw, een dochter, een appartement, succes in zijn schrijverij - maar waarom kijkt hij dan op zo'n geniepig subtiele manier naar de voeten van de airhostess op het vliegtuig naar Portugal?

    Hij maakt contact met haar en eindigt met haar in de slaapkamer. Hij denkt een intensere vorm van liefde gevonden te hebben. Maar ergens verwart hij liefde met zijn eigen persoonlijke fantasieën.

    Wanneer ze onderweg zijn naar Reims (voor een lokale culturele avond, maakte Pierre zijn vrouw wijs) is er een sequentie waar Truffaut Pierre's zogenaamde "liefde" genadeloos doorprikt. Pierre vindt het namelijk niet zo aangenaam dat zijn liefje een jeans draagt.

    "Ik zie je liever in een korte rok."

    Bij een tankstop wisselt ze van jeans naar een korte rok en - hopakee - daar is de glimlach van Pierre terug.

    En Truffaut gaat verder dan dat. Aangekomen in Reims betrekken ze een hotelkamer. Je ziet Pierre rusteloos over- en weer rijden naar zijn culturele vrienden, de pantywinkel (want het liefje wou nu eenmaal die panty's) en de eigenlijke vriendin zelf. Nogal ontluisterend - want je ziet een man die als een evenwichtskunstenaar het bedrog probeert in stand te houden. Terwijl je ziet dat Pierre in de omgang een man is die vooral niemand voor het hoofd wil stoten. Netjes en correct - zo is Pierre.

    Uiteindelijk komt de echtscheiding met Pierre's vrouw er toch. Loopt de relatie met het vriendinnetje spaak ("Je deed er goed aan me snel te veroveren."), want de wederzijdse seksuele aantrekkingskracht blijkt niet de basis voor een evenwichtige relatie. Pierre eindigt met niets en wordt uiteindelijk genadeloos "gestraft" door zijn vrouw.

    Merkwaardige film voor Truffaut. Nogal rechttoe-rechtaan, geen spielereien - maar een heus portret van een man die liefde verwart met het najagen van de eigen seksuele fantasie.



  • Een nieuwe week, een nieuwe Truffaut.

    Jaren geleden las ik bij Julian Barnes voor het eerst de namen Godard en Truffaut. Het begrip "nouvelle vague" viel. Wat dat woord precies inhield? Geen idee (ik weet het nog steeds niet). Net zoals ik nog altijd in het duister tast hoe nu exact een Dogma-film eruit moet zien (hoewel daar wel een manifest over bestaat).

    "Wat een rotfilm!"

    "Maar 't is wel een Dogma-prent, hoor!"


    Dat soort uitspraken dus. Godard - Truffaut? Of ze nu deel uitmaken van de nouvelle vague- beweging of ze opgesteld staan in het elftal van Bordeaux - de film: dààr draait het om.

    Barnes had het in zijn tekst over de prent "A bout de souffle" (die B-gangsterfilm van Godard van begin de jaren zestig). Om het kort samen te vatten: Barnes dichtte het slagen van "A bout de souffle" bijna volledig toe aan het knap geschreven scenario van François Truffaut. Truffaut was volgens Barnes een "aardiger" filmmaker dan Godard. Want die Godard - tsja, dat was toch een soort misantroop met karakterstoornissen, volgens Barnes.

    Het einde van drie Truffaut-films:

    1.: in Jules & Jim rijdt Jeanne Moreau bewust met geliefde en auto in een ravijn. Conclusie: de liefde is voor hen een onmogelijkheid.

    2: in "La Peau Douce" wordt Pierre overhoop geschoten door zijn vrouw na een affaire met een airhostess. Conclusie: de liefde is voor hen een onmogelijkheid.

    3: in La femme d'a côté schiet een maitresse eerst haar geliefde neer, daarna zichzelf. Tijdens een vrijpartij. Conclusie: de liefde is voor hen een onmogelijkheid.

    Zie ik hier een patroon in de films van onze "aardige" filmmaker? Iets als "le chagrin d'amour"? Meer bepaald: de middenklasseblues. U weet wel: zeg vooral nooit wat je voelt - zorg ervoor dat je in een netjes gewassen auto rondrijdt - lach (te) uitbundig met flauwe grapjes. Dat soort dingen.

    De liefde die bij Truffaut aan bod komt is een heel verwrongen, total-loss versie. Het is een spel van aan- en afstoten. Zo valt Fanny Ardent hier in katzwijm wanneer Dépardieu haar opnieuw kust na al die jaren. De ondertoon die Truffaut suggereert is die van een intense liefde. Mocht Susan flauw vallen na een kus van Carl in "Neighbours" - krijg je meteen de lachers op je hand. Maar hier raakt Truffaut er mee weg. Vreemd.

    "Ik hield van jou. Jij was verliefd"

    Het is een zinnetje die Fanny Ardent uitspreekt wanneer Dépardieu en Ardent hun bewogen liefdesverleden overlopen (keertje bij elkaar/keertje van elkaar/keertje bij elkaar/keertje van elkaar ... enz ... enz ...). Alwéér die suggestie van een "diepe" liefde die er helemaal niet is. Heel bot gesteld is het enige wat hen samenhoudt de angst voor verveling.

    Hun relatie valt best te vergelijken met een dwaze autorit waarin tegen een rotvaart over de autosnelweg wordt gejakkerd. Steeds rechtdoor, zonder een bocht. Verveling vloeit voort uit de angst voor verveling.

    Grappig is het moment waarop Dépardieu en Ardent hun auto parkeren in een bos - als kijker weet je dan al: "Aha - 't gaat hier gebeuren!". En ja hoor - twintig tellen verder barst het feest der zintuigen los. Geen gezamenlijke wandelpartij door het bos, geen picknick met twee met sandwiches en een grote fles limonade onder een oude eik - neen, neen: meteen - the business of making love in a very serious way.

    Ik weet niet hoe dat met u zit, maar het heeft iets beklemmend, vind ik. Zit je in een bos met je meisje - moet er meteen gevreeën worden met de doeltreffendheid van een F-16. Presteren. Op het werk en in het bos. Middenklasseblues all the way.

    Je gelooft dit koppel niet. Dit lijkt me geen passie, dit is het consumeren van een ander. Godard laat in "Weekend" ('68, dacht ik) een koppel rondwandelen in een bos. Ze ontmoeten roodkapje. De man gooit een brandende lucifer naar roodkapje - roodkapje staat in lichterlaaie.

    "Wat doe je nu? Je kunt dat toch niet maken?" - vraagt de vrouw

    "Ach, wat hindert het? Het is toch maar een personage in een film." - en de man wandelt onbewogen verder.


    Godard suggereerde geen realiteit - Truffaut hier wel. En ik hoef zijn realiteit niet.



  • Dit is geen spectaculaire film, spanning is er ook al niet te vinden. En ik kan ergens best begrijpen waarom het verzamelde filmjournaille deze film unaniem afkraakte. En toch ...

    Wat is het toch met die films van Wim Wenders? Je hoort vaak het woord "pseudo-intellectueel" vallen ... maar tot nu toe heb ik nooit begrepen waarom die term geassocieerd wordt met Wenders. Ja - akkoord: zijn film "Der Stand der Dinge" begreep ik helemaal niet. Maar het gebeurt wel vaker dat ik dingen niet vat.

    Wat ik me wel herinner is dat ik als kind een fragment zag uit een film waar een vader en een zoon elk aan een andere kant van de weg wandelen. Van elkaar verwijderd ... en toch weer niet. Want ze wandelen alle twee op dezelfde manier.

    Jaren later huurde ik "Paris Texas" (omwille van die titel) en zag ik de bewuste sequentie terug ... bleek een film te zijn van Wim Wenders. Toevallig genoeg zond Arte in die bewuste periode een hele hoop Wenders-films uit: van het voor mij onbegrijpelijke "Der stand Der Dinge" over de roadmovies als "Alice in den Städten" en "Im Lauf der Zeit" tot de (merkwaardige) vriendschapsfilm "Der D/A Freund".

    Er trok mij iets aan die films ... maar tot voor kort had ik eigenlijk geen idee wat het nu exact was. Tot ik recent hoorde van de Japanse term hyohakusho - iemand die zonder doel op reis is. En dat is het 'em net - de meeste personage van Wenders wandelen rond. Zijn ze verdwaasd? Hebben ze iets meegemaakt? Je weet het niet echt. Wat je wel als kijker denkt te weten - al de personages bij Wenders missen iets.

    Bij aanvang van "Paris Texas" zie je Travis (het hoofdpersonage) door de woestijn wandelen ... hier in "Don't come Knocking" beweegt het hoofdpersonage zich per paard door een soort prairie. Alweer die vraag: wie is die vent en voor wat is hij op de vlucht?

    De man in "Don't come knocking" blijkt een filmacteur die naar het einde van zijn carrière toe hinkt: (f)lauwe B-films, jonge gewillige vrouwen, ... kortom: een wandelend Hollywood-cliché. Maar hij is ergens naar op weg: zijn moeder.

    Achterna gezeten door een soort bounty hunter van de filmmaatschappij (een contract verbreken kost nu eenmaal geld - zeker in de filmbusiness) weet hij zijn moeder te bereiken. Die vraagt:

    "Al die slechte dingen in ze in de krant schrijven over jou, is dat waar?"

    "Neen, ma - dat is niet waar"


    Het is wel waar. Maar moeder maalt daar niet om. Haar zoon - daar draait het om. Wenders brengt dat (naar mijn gevoel) heel mooi in beeld: je ziet hoe Howard Spence zich eerst bevindt in het huis van zijn moeder. Het licht in huis is een combinatie van wit en geel.

    "Ik ga even een luchtje scheppen, ma!"

    En vervolgens zie je Spence binnenwandelen in een casino. Het licht in het casino laat zich bekijken als een ontplofte caran d'ache-kleurendoos: het prikkelt continu de zintuigen. Zorgt voor een overload. Het contrast met het wit en geel laat zich voelen. Spence verliest de controle - geeft een politieagent een paar rake hengsten rond de oren.

    De dag erna wordt Spence als een dertienjarige kapoen terug aan huis afgeleverd door de politie ... ma zegt opnieuw niets. Maar op de ontbijttafel staat een glas fruitsap, een vers gebakken ei - en een mandje vol (ongetwijfeld) ovenvers brood. Allemaal voor Spence.

    Zijn moeder vertelt hem tijdens dat bewuste ontbijt van een meisje in Montana die haar dertig jaar geleden opbelde over haar zwangerschap. Spence valt van zijn stoel ... daar wist-ie niet van.

    Hij vertrekt in de auto van zijn vader (die moeder al die tijd bewaarde in de garage) ... Daar aangekomen ontmoet hij zijn zoon, zijn dochter en het meisje dat hij dertig jaar geleden achterliet (die de moeder is van zijn zoon).

    "Dus je hebt hem geneukt".

    rolt uit de mond van de zoon kort na de ontmoeting met zijn vader. Alweer weet Wenders het effect van dat woord "neuken" te registreren op het gezicht van de moeder. Voor hetzelfde geld zou de moeder een litanie kunnen afsteken over "passie" en "ware liefde". Heel dure woorden zijn dat .

    Maar neen - niets van dat alles. De blik van de moeder toont verachting voor het woord "neuken". Het is een woord dat suggereert dat haar zoon het resultaat was van een avondje wild gerampetamp - het resultaat van
    een vlaag van zinsverbijstering. Je ziet in de blik de moeder de walging van dat idee. Neen, zo zit zij niet in elkaar. Zij gelooft in iets anders - in iets waarop de tijd geen vat kan krijgen.

    Maar de zoon wil het niet weten - verward door de vaderfiguur die plots opduikt.

    Dat "iets" anders laat zich bijvoorbeeld zien bij de moeder van Howard Spence. Wanneer de "bountyhunter" aan klopt bij haar om informatie in te winnen over Howard - vraagt zij:

    "Wil je naar binnen komen voor melk en koekjes?"

    "Wat bedoelt u?"

    "Wel - koekjes. Met speculoos. En een glas melk"


    Heel normaal in de ogen van de moeder, koekjes en melk aanbieden aan een vreemdeling. Nu lijkt dat allemaal heel banaal - maar zoals Morrissey het ooit zong: "It takes strength to be gentle & kind" - en de vrouwen bij Wenders kunnen dat. Ze zijn sterker dan Rambo, Bruce Willis en Jean-Claude Vandamme te samen. Omdat ze in dat "iets" geloven - dat tijd overstijgt.

    Nog 'ns - dit is geen film waarbij u zal stamelen: "wwwwat was dat?" Maar het is wel een film waarin de hyohakusha zich realiseert dat de reis een vlucht was. Je weet pas wat je hebt, wanneer je het verliest. Of: je moet verliezen om te weten hoe rijk je eigenlijk wel bent.



  • Iemand plaatst een bom in de koffer van een limousine. De limousine vertrekt, de inzittenden zijn zich van geen kwaad bewust. Ze bevinden zich op de grens tussen Mexico en de V.S.

    We zijn vertrokken in "Touch of evil", de auto met de bom laveert zich tergend traag tussen hondenkarren, checkpoints - meer zelfs: de bestuurder knoopt een gesprekje aan met een net getrouwd koppel. De kijker weet dat die bom tikt in de koffer - wanneer ontploft dat ding?

    Suspense noemen ze zoiets. De cabrio rijdt de grens over. Explodeerd. Twee doden.

    De man van het jonge koppel, Vargas, neemt polshoogte op de plaats van de explosie. Een paar minuten later komt Hank Quinlan aan, de lokale politiecommisaris. Hij informeert naar Vargas - wie is die man? Blijkt dat Vargas het prototype is van de integere Mexicaanse norcoticarechercheur.

    Idealisme versus cynisme. Corruptie versus waarheid. Zo zou je deze film kunnen samenvatten wanneer iemand een geweer op je slaap plaatst en je eist te zeggen waar "Touch of evil" over gaat. Maar het gaat natuurlijk over meer - Hank Quinlan (gespeeld door Orson Welles zelf) spreekt alsof er een kolonie kraaien de plaats innam van zijn stembanden.

    Hij is geobsedeerd om het "kwade" te bestraffen, tot op het punt dat hij bewijsmateriaal manipuleert om zijn "intuïtie" te bewijzen. Is hij corrupt of eerder uit op wraak op onrecht? Een kwart ver in de film wordt onthuld dat Quinlans vrouw vermoord werd tijdens de begindagen van zijn carrière. Het oude recept voor een politiefilm dus: wraak.

    Vargas lijkt de antipool: net gelukkig getrouwd en vol vertrouwen. Toch worden Vargas en Quinlan verbonden door één kenmerk: de wil om rechtvaardigheid te laten vieren. Bij Vargas is het een missie, bij Quinlan heeft het alle kenmerken van een obsessie.

    Wanneer Quinlan de dader van de bomexplosie vindt, komt Vargas erachter dat Quinlan zelf twee dynamietstaven plaatste in de badkamer van de verdachte:

    "He's not innocent because he looks guilty"

    Het is zo'n typisch Quinlan-zinnetje. De zin bevat een soort uilenwijsheid in die zich niet laat vangen in een soort heldere theorie. Quinlan volgt de wet niet, hij is gerechtigheid.

    "Touch of evil" is geweldig omdat je als kijker de corrupte Quinlan nergens écht kunt veroordelen. Je ziet gewoon een man die doorgeslagen in zijn obsessies. Hij vermoordt een man, schiet zijn hondstrouwe collega neer, probeert Vargas te bekladden, ... allemaal voor één doel: de waarheid laten overwinnen.

    Wanneer u denkt: hmm - nogal tegenstrijdig allemaal - heeft u volstrekt gelijk. Maar het wérkt in "Touch of evil".

    Misschien nog iets over de fotografie van de film. Die is gewéldig - ik weet: dat klinkt alsof iemand lyrisch wordt over de schikking van een maaltijd (ooo - kijk die aardappelen eens liggen - zo mooi gedrapeerd over de kalfzweriken - éééénig!) - maar hier speelt die fotografie een rol in het verhaal. Je voelt bijna letterlijk de hitte binnenstromen en de vervelende vliegen rond je hoofd vliegen.

    Ter afsluiting de laatste woorden die de vrouw van het bordeel over Quinlan spreekt:

    He was some kind of man. What does it matter what you say about people?

    Elf jaar gewacht om deze film te kunnen bekijken. 't Was de moeite om te wachten :)



  • Het voelt een beetje stom aan. Een film bekijken van twee uur en een half bekijken om vooral het gelach van een bende desperado's te onthouden.

    Meestal ben ik de eerste die roept: "Wat een goedkope truc om de emoties van de kijker te bespelen" - weet je wat? The Wild Bunch zit er eivol mee.

    Van de goudstukken die Pike schenkt aan de arme prostituee met haar baby tot het zinnetje "I hate to see that" wanneer ze hun Mexicaanse collega desperado aan de achteras van een wagen zien hangen.

    Visueel valt er eigenlijk ook al niets te beleven. Sommige shots duren zo tergend lang dat je denkt: "Weet je wat? Ik ga me een eitje bakken".

    En toch - toch - werkt de film bij mij. Het is dat thema van de vriendschap tussen de desperado's dat me in de film binnen trok.

    Wanneer ze bij een eerste overval slechts een paar metalen koppelingen weten buit te maken - foeteren ze eerst er op los: 't is uw schuld, nee - 't is de uwe. En plots schieten ze in een onbedaarlijke lach. Waarom gaan die nu lachen? Hun overval is mislukt en toch schieten ze in een lach - wat voor een malle bende is me dat?

    Voor die lach plaatsvindt zijn er al een hoop mensen aan flarden geknald. Als betroffen het flodders, lappenpoppen. De bloederige schietpartijen worden afgewerkt tegen een tempo waarbij Tarantino zou denken "Is dit er niet een beetje over?"

    Maar de doden blijven vallen. Nergens wordt ook een poging ondernomen om dat geweld te duiden. Het is er gewoon. Punt uit.

    De wereld is wreed maar de vriendschap is echt. Ik zei 't al: een goedkope truc - maar die werken soms het best :)



  • "Ik ben bang dat wanneer je zal zeggen dat je van me houdt - ik het misschien zal geloven"

    (ietsje later)

    "Hou je van mij? Zeg dat je van me houdt"

    (nog ietsje later)

    "Hou je van mij"

    "Ja, ik hou van je"

    "Zeg het nog eens dat je van me houdt"

    "Ik hou niet van je"

    (pauze)

    "Grapje. Ik hou wel van je."


    Blijkbaar veroorzaakte "L'avventura" in 1960 nogal wat stennis. Er werd nogal fel gefulmineerd tegen de leegheid die Antonioni in beeld bracht.

    Zo speelt zich een groot gedeelte van de prent zich af op een vulkanisch eiland. Er wordt gezocht naar ene Anna, die tijdens een uitstapje met haar vrienden plots verdween. Is ze zelf opgestapt? Is ze dood? Is ze ontvoerd?

    Je weet het niet, meer zelfs: je komt het ook niet te weten. De verdwijning van Anna wordt naarmate de film vordert steeds meer naar de achtergrond verschoven. Zodat er ruimte wordt gecreëerd voor de romance tussen Anna's ex-verloofde en haar vriendin Claudia.

    Tijdens de zoektocht naar Anna komen die twee steeds dichter naar mekaar. Alhoewel - dichter. De relatie tussen Claudia en Sandro vertoont nogal wat kenmerken van een lege huls. Tuurlijk wordt er gekust tegen de sterren op, maar nergens fonkelt het.

    Claudia zou je zomaar kunnen zien als een symbool voor een emotionele neuroot. En en passant zou je haar kunnen zien als het individu dat zo hard op zichzelf terug plooit dat alle verbindingslijnen met de realiteit worden doorgeknipt.

    Het probleem met "L'avventura" is dat de film nogal erg hermetisch overkwam bij mij. Er is niets met subtiliteit - maar de grens tussen subtiliteit en de totale leegheid is hier soms nogal dun.

    Wanneer Antonioni minutenlang beelden serveert van een ruw vulkanisch eiland snap je echt wel dat dat min of meer symbool zal staan voor het personage van Anna. En wanneer iemand in de verte een windhoos ziet tekeergaan - weet je best dat dat staat voor de verwarring in 't kopje van de personages.

    Ik bedoel maar: de symboliek ligt er soms zo vingerdik op dat de film zo leeg lijkt als de personages zelfs. Maar: dat zal dan wel de bedoeling van Antonioni zeker geweest zijn?



  • Wat is dat toch met Herzog? Films maken over mannen die boten over heuvels willen tillen ("Fitzcarraldo"), over natuurliefhebbers die opgepeuzeld worden door hun geliefde grizzlyberen ("Grizzly Man") en dan is er dit.

    "Bad Lieutenant" lijkt op een soort omgekeerde Clint Eastwood-film. Nicolas Cage snuift, gokt, misbruikt vrouwen. Och, hoor ik u denken - de gemiddelde man dus. Klein verschil: Cage is politieinspecteur, wat de zaken net iets gecompliceerder maakt.

    Cage is zo'n acteur met een janushoofd: je zag hem als tedere geliefde van Cher in "Moonstruck", maar evenwel als losgeslagen, vechtgrage loverboy in "Wild at heart" of als melancholische ambulancier in "Bringing out the dead". De man kan wat kanten uit.

    Hier zet hij dus een gigantisch uitvergrote foute politieagent neer. Herzog houdt het ook verre van subtiel: er wordt al eens een lijk weggegooid in de Mississippi al betrof het een zak bedorven aardappelen. Hij transformeert New Orleans in Sodom & Gomorra.

    "Shoot 'em again"

    "Why?"

    "His soul is still dancing"


    Dat soort situaties en dialogen komen meer voor in "Bad Lieutenant". Er wordt gehallucineerd over krokodillen en leguanen, casual sex is omnipresent. Méér - méér - méér, zo over the top is deze film.

    Maar de drijvende kracht achter deze dolgedraaide prent blijft toch Nicolas Cage. Hologig, bleek vertolkt hij simpelweg waanzin.

    Zijn personage is gekte. Net zoals deze film :)



  • Het blijft slecht gaan aan het Truffaut-front wat betreft het thema liefde. Love is a battlefield, Pat Benatar zongt het al in de jaren tachtig. Maar bij Truffaut lijkt het wel op Vietnam.

    Ook hier weer sterft een geliefde en wordt er gejongleerd met de diepere gevoelens al betrof het een circusvoorstelling.

    "J'ai peur"

    Het is dé zin van "Les deux anglaises et le continent". Claude heeft schrik om de brief te lezen van Muriel, Muriel heeft schrik van Claude maar ziet hem toch hartstochtelijk graag (harts-tocht - zou je daar een verkoudheid kunnen van krijgen?), Anne is verliefd op Claude maar heeft schrik om haar zuster Muriel te dwarsbomen in haar liefde voor Claude.

    Jawel, beste mensen: de ingrediënten voor een psychologisch drama. Aan de ene kant van de emotionele boksring hebben we Claude - "de fysieke liefde is de echte liefde", aan de andere kant hebben we de zusjes Anne & Muriel. Twee Britse meisjes in de beste Jane Austen-traditie. Waarmee ik bedoel: puriteinse vrouwen die geloven in de hogere waardes des levens.

    Wanneer Claude hen bezoekt in het pastorale Groot-Brittanië (Truffaut laat het lijken op één groot picknickveld), fietsen ze godganse dagen rond, spelen ze tennis in het gras - kortom: ze leven met z'n drieën (en met de moeder van Muriel en Anne) in het aards paradijs.

    Maar - maar - o wee

    "Hun parfum voelde aan als een indiscretie"

    Het spel zit op de wagen. Wat volgt is een grote rondrit langs de Grote Gevoelens, waarin Muriel beweert een rivier te zijn die op- en neer gaat en Claude op zijn beurt bekent voor het eerst waarachtig ontroerd te zijn door een vrouw.

    Ach, ach - Claude is een gevoelige natuur. Neen, dat is hij niet. Wanneer hij een passage uit Muriels dagboek ontvangt waarin ze haar liefde voor Claude ontboezemt grijpt hij de gelegenheid te baat om er meteen literatuur van te maken.

    Want Claude - ziet u - is een schrijver. Geen bijster briljante, want ondanks de hoge verwachtingen van zijn moeder ("hij zal een grote schrijver worden") raakt hij niet verder dan wat artikelen over schilderijen.

    Claude koestert zijn gevoelens voor Muriel & Anne, want anders bezit hij niets. Hij heeft geen ideeën, geen persoonlijkheid, kortom: hij is een lege huls.

    Leegheid. Het is een woord dat in mijn hoofd schoot tijdens een scène waarin Claude met zijn moeder aan de oevers van een rivier aan het converseren slaat. Op de achtergrond vaart een bootje langs: twee mensen met aangepaste zondagse hoed genieten van een idyllisch moment. Het leek waarachtig op een prent uit een Tiny-kinderboek.

    De film barst van de kunstmatigheid: er is die voice-over, er zijn de gekunstelde dialogen, ... enz ... Maar het rare is: het lijkt alsof dat net het grootste pluspunt (ik klink hier als een consumentenvereniging) is van Truffaut. Nooit suggereert hij iets van echtheid - het is allemaal fake.

    Oprecht geveins, dat zal het wezen.



  • Esthetiek. A single man is ervan doordrongen. Van de Mercedes 220S coupé, over het kapsel van Julianne Moore tot de pen van professor George. Alles lijkt crisp tot in het kwadraat.

    Het geeft de film iets fragiel mee. Want is netheid, schoonheid en orde vaak niets anders dan een vorm van controle over chaos?

    "Zie dat je door de dag raakt."

    George staat voor de spiegel. Er is hem iets ontglipt: zijn andere ik, zijn partner - omgekomen bij een crash. Hij is gereduceerd van iemand tot iets.

    Tom Ford onderstreept nergens het leed van George. De stiltes die vallen zijn (hoe raar ook uitgedrukt door mij) geprononceerde stiltes. Ze uiten zich door het bijna maniakaal ordenen van sleutel op een tafel. Controle over een willekeurige wereld, zeg maar.

    Het zorgt ervoor dat A Single Man me de indruk gaf van een statische prent. Nu weet ik best dat het woord "statisch" nogal een negatieve bijbetekenis in zich meedraagt - maar daarop doel ik niet.

    Misschien wou Tom Ford het verdriet van George iets monolithisch, iets slepends meegeven. Je ziet het ook in het kleurenpalet van "A single man" - dat subtiel verschiet wanneer George iets ontwaart wat hem ontroert. Wat hem even wég drijft van het verdriet dat hij in zich draagt.

    We kijken uit naar de volgende prent van Tom Ford.



  • Drie jaar terug verscheen in de krant een stuk over het gemanipuleer van Haanstra in Alleman. Haanstra had het namelijk aangedurfd een auto in het water te duwen om een mooi beeld te bekomen - en dat kon toch echt niet in een zogenaamde documentaire. Conclusie van het artikel: Alleman was niet het zuivere beeld over Nederland dat het pretendeerde te zijn in 1963.

    Ondertussen heb ik Alleman zo'n vier keer bekeken en nergens zie ik een suggestie dat Haanstra zijn documentaire wil voorstellen als 100 % echt. Het is een documentaire die van a tot z gecomponeerd is. En wat is daar mis mee?

    Alleman is een prent over de Nederlandse samenleving anno 1963. Haanstra probeert een soort panoramisch (vies woord, ik weet 't) beeld te geven van een samenleving: we zien koeienhandel, de zondagse kerkgang, hoe burgers hun glimmend nieuwe auto aanschaffen, afscheid van familieleden op de luchthaven, voorbijvarende schepen, feestende carnavalgangers, ...

    Het is allemaal gebracht met een soort lichtheid (andere mensen kunnen het misschien als "vrijblijvend" omschrijven) die verdomd moeilijk te vinden is.

    Hoe Haanstra te werk gaat valt (misschien) nog het best te omschrijven met dat ene borstbeeld van Hitler op de vlooienmarkt. Verschillende mensen houden halt voor het kleinood, je ziet hun mimiek grimmig worden - Haanstra monteert er beelden tussen van kerkhoven vol W.O. II-slachtoffers, verwoeste steden - de stemming van Alleman kantelt in een paar seconden. Maar net op het moment dat het naargeestig wordt, begint een vrouw bevrijdend gul te lachen met het beeld van Hitler.

    Alsof Haanstra wil zeggen: hoe erg het ook is, mensen overleven altijd ellende. Het klinkt nogal banaal, maar het werkt écht bij Haanstra.

    Over Alleman hoor ik vaak dat een braaf, goeiig werkstuk is. Dat snap ik niet echt - want het commentaar van Simon Carmiggelt is net iets te vaak mild schertsend. Hij wordt nooit echt goedkoop cynisch, maar is eerder van het soort "sjonge, wat is de mensheid toch een rare apensoort"-type.

    Over de zondagse exodus naar het platteland door stedelingen zegt hij:

    "Op zondag wordt er met een gigantische energie naar het platteland getrokken, alsof het werk van de week gericht was op deze éne uitstap. Het rare is dat die dynamische stedelingen naar streken trekken waar het leven allesbehalve dynamisch is, en waar de dorpelingen het allemaal bekijken met een soort gelatenheid."

    Ja, we blijven toch rare apen ;-)

    • Dardan-H 说...
    • 用户
    • 2010年 11月 15日, 0:03


    In Frankrijk gingen al twee miljoen mensen kijken naar de film Des hommes et des dieux. In ons land steeg het aantal kijkers de voorbije weken gestaag naar honderdduizend.
    -Bron

    "Kortom, de film toont het beste van wat het christendom te bieden heeft. En dat spreekt aan."

    Ligt het aan mij of slaan kerk-liederen op niks? Talloze keren vroeg ik me af waar ze dit vandaan halen.

    De onvoorwaardelijke toewijding, het doorzettingsvermogen, de band tussen de monniken, de laatste wandeling in de bergen worden allemaal mooi in beeld gebracht. "Mooi", maar er ontbreekt gewoon iets naar mijn gevoel. De film probeerde ergens misschien nog goed aan te tonen dat moslims en christenen mooi in harmonie kunnen leven en delen, althans in deze "moeilijkere" context, want volgens mij doen ze dit toch ook gewoon in Deinze, Eke, Brugge, Brussel, Basel, Londen,... Misschien een stompzinnige opmerking, maar net als de flauwe mop die ik maakte tijdens de film waar ik de slappe lach kreeg en blijkbaar ook het filmgenot (van minstens) één mede-toeschouwster leek te verpesten geef ik er eigenlijk amper om.

    "Alors, ça suffit"
    "Mevrouw, u kan de boom in"
    (dacht ik)

    Of zoals mijn collega het eens mooi verwoordde bij zeikende klanten over muziek in het restaurant:

    "Het brengt werkelijk de zaak naar beneden"
    "Zeg, kus mijn kloten"


    Mensen die azijn pissen met dat superioriteitsgevoel, het blijft een geweldig grappig fenomeen.

    De film begint mooi met een schets van het sobere en vredevolle leven van de monniken in het Algerijnse Tibhirine. In problematische tijden leven de acht "broeders" voor één doel namelijk het helpen van de dorpsgemeenschap. Op één avond wanneer een groep terroristen wat schaarse medicijnen willen voor drie gewonden begint de heisa. "Komen ze terug om de verzorging op te eisen?", "Zijn de monniken wel nog in veiligheid?", "Is bescherming van het leger nodig?", "Wat doen we nu, waarom zijn we überhaupt hier?", allemaal vragen die aan bod komen, alleen zat hier véél meer in.

    Naar mijn gevoel verliest de film zich teveel in de kerk-liederen, de eindeloze discussie (die uiteindelijk abrupt wordt beëindigd), het bij momenten teveel willen tonen. De diepzinnigheid en het menselijke gehalte zijn ruimschoots aanwezig maar wisten me om de een of andere reden niet te raken. Ligt het aan het feit dat dit een ver-van-mijn-bed-show is? Het kan. "In Bruges" kon me anders eigenlijk even weinig boeien. Misschien ga ik het later nog eens proberen.

    "Als historicus: vergeleken met het rauwe, waargebeurde verhaal wordt er soms met de historische feiten gegoocheld." - Jammer, jammer.

    • Dardan-H 说...
    • 用户
    • 2010年 11月 17日, 20:30


    Good morning

    Truman Burbank wordt wakker voor een van zijn standaard-dagen: de fietsster, de man met de bloemen, de kever met de deuk,... staan weer allemaal ziekelijk perfect op hun plaats om er een feilloze dag van te maken. Als er dan fouten zijn worden ze meteen geëlimineerd: belichting die uit de hemel valt is blijkbaar verloren vliegtuig-vracht, dubieuze liften storten naar beneden, als het moet krijgen zelfs dode vaders hun rol terug na 20 jaar geheugenverlies. Enige waar men niet voorzien op was is Truman's drang naar verre reizen en "ware liefde" is voor romantici, zo komt de excentriekeling op zijn allerminst over dus de gevoelens zijn zeker vervangbaar. Daar moet immers de nieuwe collega op het werk voor zorgen.

    Het wordt allemaal pas écht interessant wanneer Truman het spelletje perfect begint mee te spelen (This one is for free). Langzamerhand weet je wel wat er gaat gebeuren, al is de hele ontsnappingspoging misschien wat ver gezocht (maar goed, ook het begin van de val van de Berlijnse muur was een soort geluk-toeval-moment), toch blijf je alleen al kijken voor Carrey's geweldig personage.

    Wat ik gewoon jammer vind is dat men meteen te weten komt dat Truman in een utopie leeft. Het mocht voor mij dat beetje mysterieuzer worden, maar goed, het genre is dan ook drama/komedie als ik MovieMeter kan vertrouwen. Waarom we ook extra beelden krijgen na de film is voor mij een raadsel, zijn liefde die achter hem na holt? Het feit dat twee verveelde agenten blijkbaar vrij emotieloos vragen wat er nóg op t.v. te zien is? Het heeft ergens zijn overbodige charmes.

    Deze film zag ik voor het eerst zo'n 8 jaar geleden, steeds bleef me die prachtige slotscène bij. Er zijn van die films die werkelijk indruk maken, of het nu het zeer subtiele verhaal is, het geweldige personage van Carrey, of de prachtige slotwoorden, het komt allemaal gewoon erg goed samen in deze prent.

    and in case I don't see ya, good afternoon, good evening, and good night

    Geweldig.



  • "L'imagination au pouvoir" (de verbeelding aan de macht) (voor de zekerheid toch maar 'ns opgezocht via het internet, want voor ik het weet schrijf ik een fout tegen het Frans :) - de slogan waarmee de Franse revolutie in '68 werd verkocht.

    Hoe komt het dan toch dat in een film die in de sfeer van '68 baadt verbeelding ver te zoeken is?

    Een Amerikaan trekt naar Frankrijk om er zich te bekwamen in het filmvak, ontmoet er een Parijse broer en zus - die evenzeer into film zijn als de protagonist van de prent. Trekt bij hen in - wat na verloop van tijd uitmondt in seksueel getinte spelletjes.

    Ze imiteren films (zo lopen ze in galop door het Louvre - kwestie om die ene scène van Bande à Part van Godard na te spelen), citeren uit films - spelen emoties na uit films. Maar wie zijn die broer en zus nu écht?

    Alletwee koketteren ze met Mao, maar ze overleven op cheques van vaderlief. Ze haten hun burgerlijke leven, maar drinken wel een "interessant wijntje" als Chateau Lafitte uit 1959. Waarschijnlijk revolteren ze tegen iets - de vraag is alleen: tegen wàt? Je komt het nergens te weten. Revolteren ze misschien tegen zichzelf?

    Waarom zo weinig verbeelding in een film over de verbeelding? En waarom zo veel verwondering in een film over iets futiels als een strandvakantie in het onoogelijke Saint-Marc-Sur-Mer?

    Vorige week zag ik voor de derde keer "Les Vacances de Monsieur Hulot" van Jacques Tati. Een ronduit schattige (nooit gedacht dat ik dat woord ooit ging typen) film over hoe je gebeurtenissen kunt bekijken vanuit twee hoeken. Dat nooit iets volledig triest of nooit iets volledig happy is (sorry voor de ongelukkige manier van uitdrukken).

    Het draait hem bij Tati (enfin, dat denk ik toch) niet om "ontregeling voor de ontregeling" maar om de ontregeling die plaatsvindt in onze dagdagelijkse realiteit - maar die we niet opmerken, omdat we denken dat het "zo hoort".

    Dat hoeft helemaal geen dramatische proporties aan te nemen - Tati zoekt de ontregeling in het anekdotische.

    Neem nu het fenomeen van "het vesthoofdkussen" in de trein. Tijdens de winter gebeurt het al eens dat mensen met dikke vesten plaatsnemen in de trein voor een lange treinrit. Na een uurtje of zo worden sommige mensen moe, vouwen ze hun vest op - waardoor de vest plots een hoofdkussen wordt. Dat is ontzettend grappig op een niet-bedoelde manier. Net zoals je een wasmachine kunt zien als een ontzettend grote notenkraker. Om het eens met filosofie uit de low-budget rekken van de Lidl te zeggen: de dingen zijn niet wat we zijn - ze zijn wat wij willen dat ze zijn.



  • It's cold out there everyday. De derde film van Jacques Tati. Waar in "Les Vacances de Monsieur Hulot" het dorp en inwoners nog centraal staan, wurmt de "nieuwe stad" zich hier binnen in de Tati-wereld.

    Hulot woont in het dorp - zijn zus is geresideerd in een nieuwbouw villa. De villa herbergt een volautomatische keuken (die op momenten iets weg heeft van een tandartskabinet), een zelf-opererende stofzuiger, design-meubelen en meer van dat leuks.

    Ik moet toegeven toen ik de film als 22/23-jarige voor het eerst zag, dacht ik er een frontale aanval in te zien op de moderniteit. Maar acht jaar later zie ik iets anders - geholpen door een interview met Jacques Tati waarin hij stelde:

    "Denken jullie nu werkelijk dat ik de moderne wereld haat? Dan zou ik de villa van de familie Arpel toch niet zo mooi hebben gemaakt."

    Het zijn de mensen die wonen in de villa - daar draait het bij Tati om. De vrouw des huizes die de fontein wel activeert wanneer er een voornaam persoon aanbelt, en vervolgens diezelfde fontein uitschakelt wanneer het haar broer blijkt te zijn. Dat soort zaken.

    Het ongelooflijk rare bij Tati is: er wordt nauwelijks dialoog gebruikt, maar toch slaagt hij erin (naar mijn gevoel) heel mooi personages neer te zetten.

    Wanneer een vrouw rondwandelt in het dorp, houdt ze halt bij een groenteboer - die iets verderop bij "Chez Margot" van zijn glas nipt. De vrouw bedient zichzelf - de groenteboer bekijkt het tafereel van achter zijn tafeltje - knikt de vrouw toe, de vrouw gooit haar geld in het schaaltje, de groenteboer doet het "dank u"-gebaar.

    Of er nu effectief geld in die schaal ligt (het kan ook zomaar een knop zijn) - de groenteboer weet het niet. Maar de groenteboer kent geen wantrouwen, dus denkt hij dat de vrouw de juiste prijs betaalt voor haar groenten.

    Zelfs meneer Arpel wordt geen stripfiguur bij Tati. De hele film loopt hij knorrig rond, ontsteekt in scheldtirades tegen zijn schoonbroer Hulot ("Hij stelt een slecht voorbeeld voor onze zoon", "Hij doet niets", "Hij maakt mij belachelijk") - maar je voelt als kijker de teleurstelling van meneer Arpel wanneer zijn zoon sip reageert op zijn cadeau (een kleine stoomlocomotief) - en vervolgens de irritatie van diezelfde meneer Arpel wanneer ZIJN zoon zich vermaakt met een zelfgemaakt clownfiguurtje van zijn oom.

    Alsof Tati wil zeggen: "Meneer Arpel is geen rotzak. Hij is gewoon een beetje het contact met zichzelf kwijtgeraakt."

    Net daarom zijn de slotbeelden van "Mon Oncle" zo mooi. Monsieur Hulot vertrekt op reis, meneer Arpel en zijn neefje wuiven hem uit. Meneer Arpel wil nog iets zeggen - fluit tussen zijn tanden - een man draait zich om (denkt dat het gefluit van meneer Arpel voor hem bestemd is) en wandelt pardoes tegen een paal aan.

    Meneer Arpel lacht, zijn zoon lacht. Zijn zoon legt zijn hand in de hand van meneer Arpel. Ze vertrekken in de nieuwe Chevrolet Bel-Air met alletwee een glimlach op hun gezicht.

    It's cold out there everyday. Maar niet altijd :)



  • "Hey - vuile hoere!"

    "Ge zijt zelf den zeune van een vuile hoere!"


    Zomaar een gemiddelde dialoog uit "Roma" van Fellini. Wat is dit eigenlijk voor film? Een ode aan Rome in al zijn vitale vulgariteit?

    Zowat halverwege de film duikt Fellini zowaar zelf op om wat duiding te geven aan de film tijdens een interview:

    "Meneer Fellini - waarom duiken er toch zoveel freaks op in uw films? Waarom bent u zo plat? U maakt de Italiaanse samenleving belachelijk"

    "Ach - een mens moet zich voordoen zoals hij is."


    Een moment van would-be reflectie in Roma? Een serieus statement van Fellini? Ik denk het niet - want Roma ontsnapt aan iedere vorm van rechtlijnige logica.

    En eigenlijk is het weigeren van die logica erg logisch. Hoe kun je nu immers een portret maken van een stad? Is de stad niet altijd chaotisch? Lopen mensen daar niet rond als mieren op een hete plaat?

    Het lijkt mij een onbegonnen werk om hier naar een verhaal te zoeken - het lijken mij eerder indrukken van een stad.

    Je ziet mensen op straat met een gigantische eetlust dineren, mannen die prostituees bezoeken, mensen die elkaar platdrukken om toch maar een glimp van de nieuwste film op te vangen, op de autosnelweg wandelt er een paard tussen de eindeloze stroom auto's, een groep leerlingen krijgt per toeval een eerste beeld van een naakte vrouw te zien ("Niet kijken, kinderen - 't is de duivel"), ...

    Ondertussen springt de film heen en weer tussen de jaren '40 (de periode waarin de student Fellini Rome ontdekte als student) en de jaren '70 (waarin de filmer Fellini probeert een portret te maken van de stad) - een duidelijk onderscheid wordt er niet gemaakt - postmodernisten zouden hierin waarschijnlijk een duidelijke statement herkennen.

    Gelukkig hebben we het hier over Fellini - waarbij de combinatie statement-Fellini even logisch is als o, ik zeg maar wat: luchtigheid-Wagner.

    Een constante in het werk van Fellini zou kunnen zijn: een afkeer van gezag. Of het de kerk, een leraar of politie is - Fellini haalt het onderuit. De verbeelding aan de macht.



  • Dit zou zomaar kunnen getypeerd worden als een anti-Hollywood film, terwijl de film eigenlijk het Hollywood sfeertje gebruikt als kapstok.

    Komen we bij de oude vraag: waar gaat dit verhaal dan wel over? Over hoe hard verveling kan toeslaan wanneer er geen werkelijk contact plaatsvindt tussen mensen?

    De vraag die ik opwerp is waarschijnlijk te moralistisch van inslag. Somewhere is geen pamflettistische film die schermt met grote woorden - neen, het is een eerder een verzameling familiefoto's die nergens voyeuristisch wordt. Daarvoor is deze film niet confronterend genoeg - wat door sommigen waarschijnlijk zal aangestipt worden als een minpunt.

    Het hoofdpersonage Johnny Marco hangt maar wat rond: hij rijdt rondjes met zijn zwarte Ferrari, duikt in bed met de ene vrouw na de andere - en toch drijft etterige verveling naar boven. Hij is er, maar hij lijkt niets te voelen.

    Ik hoor u al denken: "Aha, hij wordt geconfronteerd met de nietigheid van zijn bestaan - het is dat soort film"

    Er is meer aan de hand. Er is de humor (de paaldanseres die na de act haar paal netjes in haar rugzak opbergt, het plankje waarop Johnny plaatsneemt voor een fotosessie om toch maar niet klein te lijken, het in slaap vallen van Johnny tijdens een onenightstand) - maar Sofia vind ik vooral fantastisch in het beeld brengen van dagdagelijkse bezigheden: hoe zijn elfjarige dochter Cleo pirouettes maakt op het ijs, hoe ze voor haar vader hamburgers klaarmaakt - hoe Cleo met één blik haar vader terechtwijst voor een nieuwe onenightstand.

    Denk nu niet dat Somewhere het soort film is waar het hoofdpersonage door het kinderoog de puurheid van de wereld gaat zien - want hier lijkt mij eerder het tegenovergestelde aan de hand. De dochter Cleo is volwassener dan de vader in Somewhere. Ze heeft iets weg van een verantwoordelijke moeder die zich ontfermt over haar zoon.

    Somewhere bevat van die momenten die je niet kunt typeren als meesterlijk of grandioos - maar die gewoon mooi zijn. Niet door hun overdonderende esthetica, maar gewoon door het beeld zelf.

    Wanneer Johnny aan een hotelbediende vraagt een liedje voor hem en Cleo te zingen, haalt die er een gitaar bij en zingt een trillerige versie van een ballad. Cleo legt haar schouder op die van haar vader, die besluit: "Beautiful, isn't it?". Dat die hotelbediende niet kan zingen of gitaar spelen - doet er niet toe. Het is het moment dat het 'em doet.

    Somewhere neemt de tijd om momenten te tonen. 't Is niet veel - maar 't is meer dan genoeg voor mij :)

匿名用户不能张贴消息。请登录创建账户后再到论坛发帖。